Backpacken in Maleisië: De ultieme reisroute met alle hoogtepunten

Backpacken Maleisië: De ultieme reisroute langs alle hoogtepunten

 

Backpacken in Maleisië voelt een beetje alsof je drie landen in één trip meepakt. Je hebt het moderne Kuala Lumpur, jungle, strand, eilanden en eten waar je elke dag weer blij van wordt. Ik zeg er wel eerlijk bij: Maleisië is niet mijn absolute favoriet in de regio, maar dat komt waarschijnlijk vooral omdat ik Borneo toen niet heb bezocht. Daar heb ik nog steeds spijt van, maar ik kom er zeker voor terug. Ondanks dat heb ik echt genoten van het vaste land. Alles is makkelijk geregeld, het reizen is relaxed, de kosten vallen mee en je komt als backpacker overal prima uit de voeten. En omdat ik je al ben voorgegaan, vind je in dit artikel alle tips om wél het maximale uit Maleisië te halen. Van de ultieme reisroute tot de plekken die je absoluut niet moet overslaan. Hier lees je precies wat ik zou doen, welke plekken indruk maken en hoe jij jouw tijd in Maleisië net zo goed kunt benutten.

 

 

Hoe lang heb je nodig voor Maleisië?

Voor Maleisië heb je verrassend weinig tijd nodig om veel te zien. Voor het vaste land is twee weken echt meer dan genoeg. Je reist makkelijk, afstanden zijn overzichtelijk en de meeste plekken sluiten logisch op elkaar aan. Ga je ook naar Borneo, dan is drie weken een stuk realistischer. Je hebt daar simpelweg meer reistijd en de natuur hoort niet gehaast te worden. Denk aan orang oetans, jungle, rivieren en misschien Mount Kinabalu als je avontuurlijk bent. Met drie weken zit je echt goed.

 

Maaaarrr… je kunt ook makkelijk een maand in Maleisië zitten zonder dat het verveelt. Zeker als je besluit om op de Perhentian Islands veel te duiken of zelfs je brevet te halen. Dat heb ik zelf gedaan en geloof me, dan tikken de dagen heel snel voorbij.

 

Kies je bestemming:

Kuala Lumpur

Kuala Lumpur is misschien wel mijn favoriete hoofdstad in Zuid Oost Azië. De stad heeft echt van alles wat. Je hebt moderne wijken met enorme malls, wijken vol streetfood, rustige parken en genoeg bezienswaardigheden om je dagenlang bezig te houden. Het voelt groot, maar toch overzichtelijk en het reist ook nog eens super makkelijk.

 

Je kunt je hier helemaal uitleven. Denk aan Batu Caves, de beroemde tempel in een enorme kalkstenen grot, of natuurlijk de Petronas Twin Towers, die vooral in de avond echt bizar mooi zijn. Kuala Lumpur staat ook bekend om de foodscene en dat merk je meteen. Je vindt hier talloze foodmarkets, zoals Jalan Alor, waar je voor een paar euro de lekkerste gerechten kunt eten. Verder heb je plekken als KL Forest Eco Park, Bukit Bintang, Little India, Chinatown en natuurlijk Merdeka Square, waar je goed ziet hoe divers deze stad eigenlijk is.

 

Ben je benieuwd naar alle tips en mijn volledige route door de stad, check dan zeker even mijn mini reisgids voor Kuala Lumpur in het aparte artikel. Dat maakt je bezoek aan deze stad nog leuker en een stuk makkelijker.

 

Cameron Highlands

De Cameron Highlands voelen als een totaal andere wereld dan de rest van Maleisië. Zodra je de bergen in rijdt verandert alles. De temperatuur zakt, het wordt groener en je merkt meteen waarom dit gebied zo populair is onder reizigers die even willen ontsnappen aan de drukte van de steden. Het is absoluut een heerlijke stop tijdens je route.

 

De meeste mensen komen hier voor de theeplantages. De uitgestrekte groene heuvels van plekken als de Boh Tea Plantation zijn echt bizar mooi en je kunt hier makkelijk een paar uur rondlopen of gewoon ergens gaan zitten met een kop thee en een waanzinnig uitzicht. Daarnaast zijn de Cameron Highlands een top plek voor jungle hikes. Bekende wandelingen zoals Mossy Forest, Trail 10 en Trail 1 laten je precies zien hoe ruig en vochtig dit gebied is.

 

Het is geen plek waar je dagen wilt blijven hangen maar wel een perfecte stop om even af te koelen, te wandelen en de natuurkant van Maleisië mee te pakken.

 

Taman Negara

Taman Negara is een van de oudste regenwouden ter wereld en staat bij veel reizigers hoog op de lijst. Het park is enorm, groen en rauw, en je vindt er jungle die al meer dan 130 miljoen jaar oud is. Vanaf Kuala Tahan stap je in een boot die je via de rivier het park in brengt, een mooie manier om langzaam de jungle in te glijden. In het gebied kun je verschillende korte en langere wandelingen doen, de bekende canopy walk meepakken en het oerwoud echt van dichtbij meemaken. Het blijft natuurlijk het wild, dus je weet nooit precies wat je wel of niet gaat zien.

 

Maar ik ga er eerlijk over zijn: voor mij viel Taman Negara uiteindelijk tegen. Ik heb tijdens mijn bezoek geen enkel dier gezien en de boottocht voelde daardoor vooral als een lange, rustige rit zonder veel spanning. De jungle is mooi, maar als je hoopt op indrukwekkend wildlife en een wauw gevoel, dan is Borneo echt next next level. Vergeleken daarmee voelt Taman Negara gewoon een stuk minder bijzonder. Dat neemt niet weg dat het een prima optie is als je tijd over hebt of nog nooit echte jungle hebt gezien.

 

Wil je gaan, reis dan eerst naar Kuala Tahan. Dat is de uitvalsbasis voor Taman Negara en vanaf daar regel je makkelijk de boot het park in.

 

"Kuala Tahan, waar je de boot opstapt diep het park in."

Perhentian Islands

Ik vond de Perhentian Islands echt top. Het is zo’n plek waar je aankomt, je backpack neerzet en direct voelt dat het hier allemaal net een tandje relaxter gaat. Denk aan helderblauw water, zachte stranden en die typische eilandvibe waar je als backpacker makkelijk aan verslaafd raakt. De eilanden bestaan uit Perhentian Besar en Perhentian Kecil. Besar is rustiger en meer gericht op stellen of reizigers die echt willen uitrusten, terwijl Kecil juist leeft met strandbars, goedkope guesthouses en een jong, internationaal publiek. Het fijne is dat je met een watertaxi zo tussen de eilanden kunt hoppen, waardoor je beide sferen moeiteloos meepakt.

 

De Perhentians staan vooral bekend om het duiken en snorkelen, en daar sluiten ze perfect bij aan. Ik haalde hier mijn eerste duiklicentie en dat kan op de Perhentians verrassend goedkoop. Het water is warm, de sfeer bij de duikscholen is super relaxt en de onderwaterwereld maakt het elke dag weer leuk om een nieuwe duik te maken. Het duiken is wel seizoensgebonden, dus check van tevoren even hoe het zit.

Wil je er echt induiken (letterlijk en figuurlijk)? In een apart artikel heb ik een mini reisgids geschreven over duiken op de Perhentian Islands.

 

Langkawi

Langkawi voelt meteen anders dan de rest van Maleisië. Het eiland is vrij groot, ongeveer 500 vierkante kilometer, met groene bergen, lange stranden en een relaxte sfeer waardoor het super chill is om een paar dagen te blijven hangen. Extra leuk is dat het duty free is, dus bier, snacks en andere spullen zijn hier een stuk goedkoper dan op het vasteland. Voor backpackers is dat natuurlijk mooi meegenomen. Je kunt er makkelijk komen met het vliegtuig vanaf Kuala Lumpur of Penang, en er zijn ook veerboten vanaf het vasteland als je liever over zee reist.

 

Er is genoeg te doen om je dagen te vullen. Huur een scooter en tour langs watervallen zoals Telaga Tujuh, verken de jungle en stop bij viewpoints voor mooie uitzichten over het eiland. De Langkawi Sky Bridge mag je echt niet missen, het uitzicht vanaf deze hangbrug is waanzinnig. De mooiste manier om hier te komen is met de Langkawi Cable Car, ook bekend als SkyCab. Tickets kosten 85 RM (€17,50) voor een retourticket.

 

 

"Het iconische zeearendstandbeeld van Langkawi, symbool van het eiland en te vinden op Eagle Square in Kuah Town."

 

Voor strandliefhebbers is Pantai Cenang perfect om te chillen, een drankje te pakken of te zwemmen in het heldere water. Zoek je wat rust, dan is Tanjung Rhu een fijne plek voor een rustig stranddagje. Daarnaast zijn er gezellige markten, leuke bars en kleine restaurants waar je de lokale keuken kunt proberen. Genoeg dus om je minimaal een aantal nachten te vermaken, maar een week kan ook makkelijk.

 

Georgetown (Penang)

George Town ligt op Penang, een schiereiland aan de westkust van Maleisië dat bekend staat om zijn mix van culturen en vooral om het eten. Het is een plek waar oude koloniale gebouwen naast Chinese shophouses en tempels staan, en waar je bij elke straathoek weer iets nieuws ziet gebeuren. De stad is levendig en creatief. Terwijl je door de straatjes loopt kom je overal verrassende street art tegen die het bijna lijkt alsof je een openluchtmuseum door wandelt.

 

En dan het eten. Penang wordt door veel reizigers gezien als de food hoofdstad van Maleisië en geloof me, dat is niet overdreven. Van nachtmarkten tot kleine familiezaken waar locals in en uit lopen, je kunt hier de hele dag blijven eten zonder dat het verveelt. Koffietentjes, boetieks, oude panden, een relaxte sfeer. Het is zo’n stad die je niet snel afvinkt maar langzaam in je opneemt. Omdat ik er zelf zoveel leuke plekken heb ontdekt heb ik er een aparte mini reisgids over geschreven. Zeker even checken als je hierheen gaat.

 

Borneo

Maleisisch Borneo voelt voor mij als het grote gemis van mijn reis door Maleisië. Iedereen die ik onderweg sprak kwam met verhalen die bijna te goed klinken om waar te zijn. Jungle die nog echt wild is, rivieren waar je neushoornvogels en krokodillen spot, en dorpen waar het leven langzaam gaat en de natuur de baas is. Sabah en Sarawak hebben volgens reizigers een compleet eigen sfeer, veel avontuurlijker dan het vasteland.

 

Zelf ben ik er dus niet geweest en dat besef knaagt een beetje. Hoe meer ik lees en hoor, hoe duidelijker het wordt wat ik heb gemist. Van de enorme grotten in Mulu tot het spotten van orang oetans en het leven langs de Kinabatangan rivier, het lijkt allemaal alsof je in een documentaire stapt. Het is precies het soort plek waar je naartoe gaat voor pure natuur en dagen die vanzelf rustig worden.

 

Omdat ik er zelf nog niet ben geweest, tip ik graag een uitgebreid en goed geschreven artikel van Charlotte Plans a Trip. Zij laat perfect zien waarom Borneo zo bijzonder is.

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *