Hoogtepunten van Chiapas: San Cristobal, El Chiflón, Palenque en de Lacandon jungle
Chiapas is misschien wel de ruigste provincie van Mexico. Geen stranden of luxe, maar bergen, jungle, traditionele dorpen en felblauwe watervallen. Het toerisme staat hier nog op een laag pitje. Onderweg is het genieten door deeindeloze haarspeldbochten, dorpjes waar de tijd stil lijkt te staan en dichte regenwoud. Je begint in San Cristóbal een kleurrijke stad met koffietentjes, marktjes en veel backpackers. Vanuit daar kun je naar El Chiflón, een van de mooiste watervallen waar ik ooit ben geweest. Verder noordelijk vind je Palenque, een van de indrukwekkendste Maya steden van Mexico, midden in de jungle. En wie echt avontuur zoekt, trekt richting de Lacandon jungle. Chiapas is intens, maar als je van natuur en geschiedenis houdt, is dit misschien wel het mooiste stukje Mexico.
San Cristobal
San Cristóbal de las Casas is zo’n plek waar je makkelijk blijft hangen. Het ligt hoog in de bergen, de lucht is fris, en het centrum voelt knus aan met zijn geplaveide straten, gekleurde huisjes en relaxte sfeer. Je merkt meteen dat hier een mix hangt van backpackers, lokale bevolking en kunstenaars. Overdag dwaal je rond langs marktkraampjes, drink je sterke koffie met uitzicht op de bergen, en ’s avonds zit je bij een vuurkorf met livemuziek en een biertje in je hand. Het is geen plek met één groot hoogtepunt, maar juist het totaalplaatje dat het zo fijn maakt.
Tips om te bezoeken:
Calle Real de Guadalupe: autovrij straatje vol restaurants, koffietentjes en kleine winkeltjes. Vooral ’s avonds sfeervol met lichtjes en muziek.
Markt bij Santo Domingo: hier vind je lokale producten, kleding, kruiden, sieraden en streetfood. Druk, maar echt een must.
Cerro de Guadalupe: kleine heuvels met uitzicht over de stad. Niet zwaar, maar wel even zweten. Mooiste met zonsondergang.
Café Carajillo, Frontera of Natura: fijne plekken om te ontbijten, lunchen of schuilen als het regent.
Extra info:
De stad ligt op 2200 meter hoogte: het kan ’s avonds koud zijn, dus neem een trui of jas mee.
Alles is op loopafstand, je hebt geen taxi nodig in het centrum.
Reis je met de bus? De terminal ligt op 10-15 minuten lopen van het centrum.
Veel accommodaties hebben open binnenplaatsen, dus nachten kunnen fris aanvoelen. Check of je hostel een warme deken heeft.
- Check Hostel Casa Angel. Lekker centraal vlakbij alles. Je slaapt er simpel maar schoon, de sfeer is chill, en er zijn vaak andere backpackers.
El Chiflón
El Chiflón is een van die plekken die je bij Chiapas móet zien. Deze watervallen liggen zo’n 60 kilometer van San Cristóbal, diep in de jungle. Wat het bijzonder maakt? Het water is felblauw en de kracht waarmee het naar beneden stort is gewoon indrukwekkend. Je loopt over houten bruggetjes en paden langs verschillende watervallen, elke spot is weer anders en fotowaardig. Er is een goede kans dat je onderweg brulapen hoort, wat de sfeer extra wild maakt. Ik ben bij veel watervallen geweest, maar nog steeds is El Chiflón een van de mooiste!
Praktische tips voor het bezoek:
Entree: ongeveer 50 MXN per persoon.
Openingstijden: dagelijks van 7:30 tot 17:00 uur.
Bezoektijd: reken op 3 tot 4 uur om alle watervallen te zien.
Zipline: optioneel, prijzen tussen 150 en 550 MXN afhankelijk van het aantal lijnen.
Bereikbaar: met colectivo of taxi vanaf Comitán (40 minuten), ook eigen vervoer mogelijk.
Meenemen: zwemkleding, stevige schoenen, water, zonnebrand en muggenspray.
Overnachten: cabañas en campings in de buurt, anders accommodatie in Comitán of San Cristóbal.
La Selva Lacandona Jungle
Diepe jungle, wilde dieren, mysterieuze Maya-ruïnes en een rivier die zich een weg baant door een van de laatste stukjes ongerept regenwoud in Mexico. Dat is La Selva Lacandona in het uiterste zuiden van Chiapas. Hier reis je niet alleen naar een andere plek, maar ook naar een andere wereld. Het is warm, vochtig, rauw en adembenemend mooi. De beste uitvalsbasis voor dit avontuur is Las Guacamayas Lodge Resort, aan de oever van de Río Lacantún. Deze lodge ligt midden in de jungle, tussen bomen waar brulapen je wakker maken en felgekleurde ara’s over je hoofd vliegen. De houten bungalows zijn eenvoudig maar sfeervol, met een eigen terras waar soms een toekan op bezoek komt. Je zit hier ver weg van de buitenwereld, en juist dat is de charme.
Als je hier verblijft, moet je hoe dan ook de boottour over de rivier nemen. Niet alleen spotte wij krokodillen en papegaaien maar kwam er ook flink wat adrenaline bij kijken. Onze kapitein kende elke meter van het water. Hij stuurde de boot behendig door smalle zijarmen, langs de krokodillen en zelfs tegen kleine watervallen op. Neem ook de tijd om het kleine jungledorpje vlak bij de lodge te bezoeken. Hier leven families van de Lacandón-gemeenschap, een van de laatste inheemse groepen die nog diep verbonden is met het regenwoud. Een simpel, maar vredig leven.
Palenque
Palenque is een oude stad van de Maya’s, gelegen in de jungle van Chiapas. De stad was belangrijk tussen 600 en 800 na Christus en staat bekend om de goed bewaarde tempels en het paleis met gangen en torens. In vergelijking met andere Mayasteden is Palenque kleiner, maar door de ligging in het regenwoud en de details in de gebouwen is het een van de indrukwekkendste plekken in Mexico.
De bekendste tempel is de Tempel van de Inscripties. Hier werd het graf van koning Pakal gevonden, een van de machtigste heersers van Palenque. Andere mooie plekken zijn de tempels van de Kruisgroep en het centrale paleis, waar je via trappen en doorgangen dwars doorheen kunt lopen. Achter de hoofdsite kun je ook een wandelpad volgen dat je langs kleinere ruïnes en een waterval door de jungle leidt.
Praktische tips voor je bezoek
– De entree kost ongeveer 200 peso (€8) in totaal, omdat je betaalt voor het nationale park en voor de ruïnes. Neem contant geld mee.
– Reken op ongeveer 3 tot 4 uur om de ruïnes goed te verkennen. Wil je ook de junglepaden en het museum erbij, plan dan een halve dag in.
– Kom vroeg (vanaf 8.00 uur) voor de rust en om de hitte te vermijden.
– Neem water, muggenspray, zonnebescherming en stevige schoenen mee.
– Wandel ook de junglepaden achter de ruïnes, daar is het vaak rustiger en zie je meer dieren.
– El Panchán is een fijne plek om te overnachten: lodges midden in het groen, vlak bij de ingang van het park.