Ik ben in onwijs veel landen geweest, dus het zegt veel als ik het noorden van Pakistan één van de mooiste plekken ter wereld vind. In deze regio strekt het Himalaya gebergte zich uit en ligt ook de Karakoram. Hier vind je enkele van de allerhoogste bergen ter wereld, waaronder vijf van de veertien toppen boven 8000 meter zoals K2 en Nanga Parbat. Het is echt een paradijs voor natuurliefhebbers. Fairy Meadows is voor mij het ultieme hoogtepunt, waar het net voelt alsof je door Zwitserland loopt maar dan op steroïden. Ook heb je de Hunza en Skardu Valley, waar je even de Chinese grens kunt aantikken en vanaf 5000m hoogte een waanzinnig uitzicht over de vallei hebt. Het vergt alleen wel wat voorbereiding om dit prachtige deel van het land te bezoeken. Je moet echt met een tour mee die voor minimaal een week vertrekt vanuit o.a. Islamabad. In dit artikel vertel ik je meer over welke tour ik aanraad en wat je daarvan kunt verwachten. Het is ongelofelijk dat de hele wereld nog niet weet wat voor parel dit is, dus bezoek het voordat het massatoerisme zijn weg weet te vinden.
Wat is de beste reistijd?
De beste tijd om naar het noorden van Pakistan te gaan is tussen mei en september. Wat mij betreft is dit ook echt de enige optie om heen te gaan. Buiten deze maanden zijn veel routes bijna niet begaanbaar. In de winter kan het er extreem koud worden, met temperaturen die op sommige plekken zoals Fairy Meadows en Skardu makkelijk onder de min twintig graden dalen. Paden liggen dan vaak onder de sneeuw en veel wegen zijn afgesloten. Daarom moet je bijna wel in de lente/zomer gaan. Het weer is dan het fijnst, de bergen zijn goed bereikbaar en de valleien staan prachtig groen. Fairy Meadows bereik je alleen via een stevige trekking, dus goed weer is daar extra belangrijk. Ik vond het eind mei al enorm koud in de avond bij Fairy Meadows, dus moet je nagaan in de winter.
Wat moet je hoe dan ook bezoeken?
Als je alle parels van het noorden van Pakistan wilt ervaren, raad ik aan om een tour te kiezen die Fairy Meadows, Hunza en Skardu combineert. Dit zijn de drie plekken die het allermeeste indruk zullen maken. De naam Fairy Meadows, ook wel sprookjes weide, zegt genoeg. Het is hier echt alsof je in een droom loopt met uitgestrekte groene velden, kabbelende beekjes en paarden die rondlopen. Helemaal bijzonder om te zien met het gigantische contrast van de Karakoram gebergte als achtergrond.
Hunza voelt totaal anders, maar is minstens zo indrukwekkend. Alles is groen, de valleien zijn breed en je loopt door dorpjes waar iedereen je groet en het leven gewoon op z’n gemak gaat. Het voelt echt alsof de tijd hier even stilstaat en alles een paar tandjes trager gaat. Skardu is weer een compleet ander verhaal. Hier is alles ruiger, groter en indrukwekkender. Enorme valleien, rivieren die door het landschap snijden en bergpieken die zo hoog zijn dat het bijna onwerkelijk voelt. Dit is het noorden van Pakistan op z’n meest rauw.
Waar kan ik een tour boeken en welke moet ik nemen?
In het noorden van Pakistan is het eigenlijk bijna een must om met een tour operator te reizen. De wegen zijn soms slecht, de trekking naar plekken zoals Fairy Meadows kan flink pittig zijn en de lokale regels zijn soms best streng. Zelf raad ik de Nature Adventure Club aan. Ze organiseren ontzettend veel tours die je gemakkelijk op hun website kunt vergelijken. Het lastige is dat er eigenlijk geen budgetvriendelijke groepstour is die Fairy Meadows, Hunza en Skardu allemaal combineert. Meestal bezoek je er twee van de drie, dus wil je alles zien, dan moet je een aangepaste tour aanvragen.
Kosten van de tour
Tours starten vaak ontzettend goedkoop, soms al vanaf zo’n €60 tot €200 voor een hele week. Dan slaap je meestal met zes personen op een kamer, dus logischerwijs wordt het iets duurder als je met twee personen wilt slapen en alles wilt combineren. Reken dan op ongeveer €400 tot €500 voor een week tot tien dagen, exclusief fooi. Hoeveel fooi je geeft hangt natuurlijk helemaal af van hoe jij het hebt ervaren, maar met zo’n €50 maak je ze meer dan blij. Geloof me, dat is echt een schijntje voor wat je allemaal gaat beleven. De uitzichten, de trektochten, de valleien en de bergen zijn het absoluut waard.
Waar vertrekt de tour?
De meeste tours vertrekken vanuit Islamabad, de hoofdstad van Pakistan, en alles wordt geregeld door dezelfde touroperator. Je reist vaak in een minibusje dat best krap kan zijn, maar als buitenlander krijg je meestal de beste en ruimste plek. Je kunt er ook voor kiezen om een vlucht te nemen in plaats van de rit over de weg. Dat scheelt veel tijd en kost zo’n honderd euro extra, maar dan mis je wel een hoop van het indrukwekkende landschap onderweg.
Als je alle drie de bestemmingen (Fairy Meadows, Hunza en Skardu) wilt combineren, bestaat er geen standaardtour. In dat geval word je meestal gedropt bij één locatie en opgehaald door een andere tourgroep in Chilas, zodat je alles kunt bezoeken. Zo blijft alles goed geregeld door de touroperators en hoef je je geen zorgen te maken over of vergunningen.
Dag tot dagplanning
Dag 1: Islamabad naar Chilas
Je start vroeg in Islamabad, vaak rond 5 of 6 uur ’s ochtends. Vanaf hier begint de rit naar Chilas, een flinke tocht van zo’n 10 tot 12 uur over de Karakoram Highway. Het is een lange dag in de minibus, die best krap kan zijn, dus zorg dat je een goede plek regel. Onderweg rijd je door een afwisselend landschap. Eerst heuvels, daarna diepe valleien en uiteindelijk ruige berggebieden.
Er zijn onderweg een paar stops om even de benen te strekken, foto’s te maken of een kop thee te drinken. Lunchtijd is meestal halverwege de route, vaak bij een lokaal restaurant of wegrestaurant langs de highway, waar je samen met de groep eet. Dat is meteen een goede manier om de andere reizigers te leren kennen en de sfeer van het noorden alvast te proeven.
Tegen het einde van de dag kom je aan in Chilas, waar je incheckt bij een guesthouse of lodge. ’s Avonds is er een gezamenlijk diner met de groep, wat een leuke afsluiting van deze eerste lange dag is. Je hebt nu tijd om je spullen klaar te zetten voor de trekking en de bergen, want vanaf morgen begint het echte avontuur naar het noorden.
Dag 2: Jeeprit en trekking naar Fairy Meadows
Na het ontbijt in Chilas stap je in de minibus richting Raikot Bridge. De rit duurt ongeveer 2 uur en gaat over smalle, hobbelige bergwegen. Onderweg rijd je door valleien en langs snelstromende rivieren met steeds meer uitzicht op de bergen van de Karakoram.
Vanaf Raikot Bridge begint de jeeptrack naar Tattu Village, een rit van ongeveer 2 uur over een steil en hobbelig pad dat bekend staat als een van de gevaarlijkste wegen ter wereld. Het is smal, vol kuilen en stenen, en de afgronden naast de weg maken het extra spannend. Heb je hoogtevrees dan kun je maar beter even niet naar buiten kijken en kan het echt een horrorrit zijn, zeker als er tegemoetkomend verkeer aankomt.
De hike naar Fairy Meadows
Vanaf Tattu start de trekking naar Fairy Meadows. De route gaat al snel omhoog en duurt ongeveer 3 tot 4 uur door dichte dennenbossen en over bergpaadjes. Het is best een klim met flinke hoogteverschillen, maar goed te doen voor iedereen met een normale conditie en de juiste wandelschoenen. Onderweg wordt het uitzicht steeds indrukwekkender en zie je de Nanga Parbat steeds groter opdoemen.
Je kunt onderweg een ezel huren om op te zitten, maar persoonlijk raad ik dat niet aan. Het is best zwaar voor de dieren en het voelt niet goed om ze zo te belasten. Wel kun je ervoor kiezen om een local in te huren om je tas te dragen, meestal voor zo’n 1000 Pakistaanse roepie (ongeveer 4 euro). Op die manier ondersteun je de lokale bevolking en help je hen een inkomen te verdienen, terwijl jij zelf de wandeling maakt en pas écht voldaan aan kom bij Fairy Meadows.
Aankomst Fairy Meadows
Het moment dat je de eerste stappen zet over de groene weide van Fairy Meadows is echt een kippenvelmoment. Je bent al blij dat je de hike hebt overleefd, dus grote kans dat je even neergeploft op het gras gaat liggen om alles te laten bezinken. Daarna drop je je spullen in het simpele houten huisje en begint het besef pas echt binnen te komen waar je bent beland. De rest van de middag heb je helemaal voor jezelf. Je kunt wat rondlopen over de weide, foto’s maken, een klein stukje wandelen of gewoon uren naar de Nanga Parbat staren die recht voor je ligt. Er zijn een paar kleine winkeltjes waar je wat snacks of drinken kunt halen, maar verder draait het hier vooral om rust en uitzicht.
Tegen de avond eet je samen met de groep en zit je nog wat na bij het kampvuur met een kop thee. Zodra de zon onder is wordt het snel koud en merk je hoe fris de nachten hier kunnen zijn. Warme kleding is geen overbodige luxe, maar juist die kou, de stilte en de sterrenhemel maken de eerste avond in Fairy Meadows extra speciaal.
Dag 3: Fairy Meadows naar Skardu
Je staat vroeg op in Fairy Meadows en eet nog een laatste ontbijt met uitzicht op de bergen. Daarna pak je je spullen en begin je aan de afdaling terug richting Tattu Village. Naar beneden gaat het een stuk sneller dan omhoog, maar het blijft een smal pad, dus je moet wel scherp blijven. In Tattu stap je weer in de jeep en rijd je terug richting de hoofdweg. Vanaf daar ga je verder met de minibus richting Skardu. Het is een lange rit door bergachtig gebied, maar absoluut geen straf. Urenlang rijd je door valleien, langs rivieren en tussen gigantische bergen.
Na zo’n 5 tot 6 uur onderweg te zijn geweest kom je aan in Skardu. Je maakt nog een korte wandeling van ongeveer 20 minuten richting Upper Kachura Lake, een rustige plek midden in de natuur. Daarna bezoek je ook Shangrilla Lake, een van de bekendste plekken rondom Skardu.
Later op de dag stop je nog even in de Soq Valley, waar je rustig rondloopt. Aan het einde van de dag check je in bij een hotel in Skardu, eet je samen met de groep en kun je eindelijk even bijkomen van een lange dag.
Dag 4: Jeep tour naar Deosai Plains
Na het ontbijt in het hotel, meestal rond half acht, stap je in de jeeps voor een volle dag in de natuur. Vandaag ga je naar de Deosai Plains, een uitgestrekt hoogvlaktegebied op zo’n 4.100 meter hoogte. Zodra je Skardu achter je laat en de offroad track op rijdt, merk je meteen dat dit weer een totaal ander landschap is. Deosai voelt enorm en leeg. Onderweg stop je meerdere keren om rond te lopen, foto’s te maken en te genieten van de omgeving. Met een beetje geluk spot je hier zelfs wildlife, zoals marmotten of andere dieren die zich hebben aangepast aan de hoogte.
Een van de stops is Sheosar Lake, een prachtig meer met helder water waar je even de tijd hebt om te relaxen en iets te drinken. Daarna rijd je verder langs plekken als Kala Pani en Bara Pani, waar het landschap blijft wisselen en je camera overuren draait.
Op de terugweg maak je vaak nog een korte stop bij Masrur Rock. Voor mij was dit echt het hoogtepunt van de dag, letterlijk en figuurlijk. Je kunt er een korte klim maken en bovenop de rots lopen. Durf jij dat? Vanaf daar heb je een fantastisch uitzicht over Skardu, de Indusvallei en de bergen eromheen, hét perfecte Instagramplaatje.
Aan het einde van de middag kom je terug in het hotel, eet je samen met de groep en kun je bijkomen van de dag. In de avond kun je ervoor kiezen of om te relaxen of even het dorpje in te gaan.
Dag 5: Skardu en omgeving
Na een relaxed ontbijt rond 8 uur stap je weer in de jeep en rijd je naar Mantokha Waterfall. Het is een korte rit en eenmaal daar kun je lekker rondlopen, foto’s maken en wat drinken pakken. Daarna ga je richting Shigar Valley. Onderweg kom je langs de Katpana Cold Desert, en ja, zandduinen midden in de bergen! Het voelt een beetje absurd, bijna alsof je even in de woestijn bent geland. Wij zijn hier maar kort gestopt, maar sommige tours besluiten om hier met een 4×4 over de duinen te crossen.
In de vallei stop je bij de Shigar Valley crossover bridge, een mooi plekje voor foto’s en even rustig rondkijken. Vervolgens bezoek je Shigar Fort, een oud fort met een mooie tuin ernaast. Wij liepen er doorheen met onze gids, waar we te plekke wat informatie kregen.
Aan het einde van de dag rijd je terug naar het hotel in Skardu. Samen eten, verhalen uitwisselen over de dag en chillen.
Dag 7: Terug naar Chilas
Na een paar intensieve dagen in de bergen is het tijd om het wat rustiger aan te doen. Vandaag rijd je terug richting Chilas. Het is vooral een reisdag, maar onderweg blijf je natuurlijk omringd door bergen, rivieren en uitzichten waar je inmiddels bijna aan gewend raakt.
In Chilas neem je afscheid van deze groep en van de gidsen met wie je de afgelopen dagen op pad bent geweest. Daarna voelt het programma bewust leeg. Geen grote stops of activiteiten, gewoon even bijtanken. Douchen, je spullen opnieuw ordenen en misschien vroeg je bed in.
Je overnacht hier en laadt jezelf weer op, want de volgende dag word je opgepikt voor het volgende deel van de reis richting Hunza. Even een pas op de plaats voordat je weer een compleet nieuw gebied gaat ontdekken.
Dag 8: Van Chilas naar Hunza
Na een rustig begin van de dag word je opgepikt voor het volgende deel van je reis. Nieuwe gids, nieuwe groep en weer een ander stuk van het noorden van Pakistan. Je laat Chilas achter je en rijdt richting Hunza, een rit van ongeveer 5 tot 6 uur.
Het is een lange rit, maar allesbehalve saai. Onderweg wordt er vaak gestopt, gewoon omdat het uitzicht te mooi is om door te rijden. Even foto’s maken, de benen strekken of iets eten bij een lokaal restaurant langs de weg. Dit soort stops maken de reis juist leuk en breken de dag lekker op.
Aan het einde van de dag kom je aan in Hunza. Je checkt in bij het guesthouse en hebt nog wat tijd om te chillen of een klein rondje te lopen. ’s Avonds eet je samen met de groep en drink je vaak tot laat chai thee.
Dag 9: Attabad Lake, Chinese grens en terug naar Hunza
Na het ontbijt stap je in de minibus en rijd je noordwaarts over de Karakoram Highway. De eerste stop is Attabad Lake, een felblauw meer dat bijna nep lijkt zo van kleur. Je hebt hier de tijd om rond te lopen, foto’s te maken en als je wilt zelfs het water op te gaan met een bootje of andere watersporten.
Daarna rijd je verder langs Passu met op de achtergrond de gletsjers van onder andere de Shispar Peak naar de Hussaini Suspension Bridge, een smalle hangbrug over de Hunza rivier. Als je durft kun je ‘m oversteken, als je hoogtevrees hebt is kijken alleen al spannend genoeg.
Daarna rijd je door naar de Khunjerab Pass, de Pak China grens, op zo’n 4.700 meter hoogte. De weg omhoog is eigenlijk al een attractie op zich. Je rijdt steeds hoger de bergen terwijl het landschap langzaam verandert en steeds ruiger en witter wordt. Je maakt flink wat hoogtemeters en dat voel je meteen aan de lucht en de temperatuur. Zelfs in de zomer ligt hier vaak sneeuw en is het echt koud. Het blijft een gek idee dat je hier, midden in de bergen, ineens bij China staat.
Aan het einde van de dag rijd je dezelfde route weer terug richting Hunza. Terug in de stad eet je samen en overnacht je in een hotel met uitzicht op de bergen, een fijne plek om al je Instagram stories up to date te maken.
Dag 10: Terug naar Islamabad
Vandaag zit het avontuur in het noorden er bijna op en rijd je terug naar Islamabad. Het is een lange rit van ongeveer 12 tot 14 uur, afhankelijk van het verkeer en de stops onderweg. Als je weinig tijd hebt of liever sneller op je volgende bestemming wilt zijn, kun je er ook voor kiezen om terug te vliegen. Voor zo’n €80 extra brengt een korte vlucht je van Gilgit naar Islamabad, Lahore of Karachi. Dat scheelt enorm veel tijd en is ideaal als je een strakke planning hebt.