Backpacken door de Filipijnen: De mooiste reisroute en tips

Backpacken door de Filipijnen: De mooiste reisroute en tips

 

De Filipijnen bestaan uit duizenden eilanden en juist dat maakt backpacken hier zo bijzonder. Veel mensen denken bij de Filipijnen alleen aan stranden en eilandhoppen, maar het land is echt veel meer dan dat. Je reist constant over water, springt van eiland naar eiland en geen plek voelt hetzelfde. Tijdens mijn reis door de Filipijnen ontdekte ik hoe makkelijk je cultuur, natuur en avontuur kunt combineren. Van groene rijstterrassen en jungle tot levendige steden en kleine dorpen waar het leven rustig voortkabbelt. De ene dag hike je naar uitzichtpunten of watervallen, de volgende lig je op een verlaten strand of snorkel je tussen kleurrijke vissen. In dit artikel deel ik mijn reisroute en de hoogtepunten die wat mij betreft niet mogen ontbreken tijdens het backpacken door de Filipijnen.

 

Wat is de beste reistijd en welke route moet ik nemen?

De beste reistijd om te backpacken door de Filipijnen is grofweg van december t/m mei. Dit is het droge seizoen en daardoor de populairste periode om te reizen. Vooral tussen januari en april heb je de meeste kans op zonnig weer, rustige zee en goede omstandigheden om te snorkelen, duiken en eilandhoppen. Tussen juni en oktober is het regenseizoen, met kans op stevige buien en soms tyfoons, al verschilt dit sterk per regio.

 

Wat veel mensen niet weten, is dat het weer in de Filipijnen per eiland flink kan verschillen. Zo ligt Siargao aan de oostkant van het land en heeft dit eiland een ander klimaat dan bijvoorbeeld Palawan. Siargao staat bekend als surfbestemming en is juist op zijn best tussen september en maart, wanneer de golven goed zijn, maar in die periode valt er ook vaker regen. Palawan ligt beschutter en is het hele droge seizoen ideaal, met name tussen december en april, wanneer de zee kalm is en eilandhoppen rond El Nido en Coron perfect is.

 

"Zelf kwam ik midden in juli aan in Manilla en was het piek regenseizoen."
 

Hoeveel weken heb je nodig voor de Filipijnen?

De Filipijnen zijn bij uitstek een land waar je de tijd voor neemt. Reizen gaat hier wat langzamer door de afstanden, boten en binnenlandse vluchten, en veel plekken nodigen uit om langer te blijven hangen dan je van tevoren had gepland. Hoeveel weken je nodig hebt, hangt dus vooral af van je tempo en hoeveel eilanden je wilt bezoeken.

 

Met ongeveer 3 tot 4 weken kun je een hele mooie en gebalanceerde route maken langs de belangrijkste highlights. Je hebt dan genoeg tijd om niet alleen te reizen, maar ook echt te blijven hangen op plekken die goed voelen. Zo raad ik voor Siargao minimaal vijf dagen aan, zeker als je wilt surfen of gewoon het relaxte eilandleven wilt meemaken. Korter kan, maar dan mis je juist die sfeer waar het eiland om bekendstaat.

 

                     Kies je bestemming:

Manila

Manila vond ik persoonlijk echt een shithole, sorry dat ik het zeg, maar het staat nou eenmaal niet bekend als een fijne wereldstad. Het is druk, chaotisch en het verkeer is verschrikkelijk. Voor de meeste backpackers is Manila vooral een plek om het land binnen te komen en zo snel mogelijk door te reizen naar mooiere delen van de Filipijnen.

 

Als je er toch bent, is één nacht echt meer dan genoeg. In die korte tijd kun je een paar dingen meepakken. Intramuros is het oude koloniale centrum en leuk om even doorheen te lopen. Rizal Park ligt ernaast en is prima voor een korte stop. Binondo, de Chinatown van Manila, geeft een goed beeld van het lokale straatleven. Regent het of wil je iets heel anders, dan is Mall of Asia leuk om te bezoeken. Dit is een gigantisch winkelcentrum aan zee waar locals komen eten, shoppen en rondhangen, vooral rond zonsondergang.

 

Zie Manila vooral als een praktisch begin of eindpunt van je reis. Kom aan, pak je rust, regel je vervolgtransport en ga door. De echte hoogtepunten van de Filipijnen liggen buiten de stad.

 

Coron

Coron is voor  hét startpunt van een van de mooiste stukken van de Filipijnen. Het stadje zelf is niet bijzonder, maar alles daaromheen maakt dat meer dan goed. Coron staat vooral bekend als startpunt van de meerdaagse expeditie boottour richting El Nido, diep in Palawan. Je vaart meerdere dagen langs onbewoonde eilanden, slaapt op strandjes, snorkelt bij koraalriffen en eet elke dag vers vis. Voor veel backpackers is dit letterlijk het hoogtepunt van hun reis door de Filipijnen. Lees daar meer over in dit artikel.

 

Naast de expeditietours kun je in en rond Coron ook losse eilandhops doen naar plekken zoals Kayangan Lake en Barracuda Lake of snorkelen bij oude scheepswrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Sluit je dag af bij Mount Tapyas voor zonsondergang en je snapt waarom bijna iedereen hier wat langer blijft hangen dan gepland.

 

Palawan

Voor veel backpackers begint Palawan niet op een vliegveld, maar op zee. Vanuit Coron kom je aan met een expeditieboot richting El Nido en dat is meteen het mooiste stuk van Palawan. Dagenlang vaar je langs kleine eilanden en verlaten stranden, snorkel je in helder water en slaap je op simpele plekken. Alles gaat op het tempo van de zee en dat maakt het reizen hier meteen bijzonder. Voor veel mensen is dit hét hoogtepunt van hun Filipijnenreis.

Eenmaal aangekomen in El Nido merk je dat het dorp zelf best druk kan zijn, maar dat is eigenlijk wel weer lekker na zo’n boottocht. Het is de uitvalsbasis om de omgeving te verkennen. Vanuit hier ga je eilandhoppen, snorkelen of gewoon relaxen op de stranden rondom het centrum. Het tempo ligt laag en dat past precies bij Palawan.

 

 

Wie nog verder zuidwaarts start, komt vaak eerst aan in Puerto Princesa. De stad zelf is functioneel en niet per se mooi, maar het is handig om hier even te landen, cash te regelen en eventueel een nacht te blijven voordat je de boot of bus pakt. Vanuit Puerto Princesa kun je trouwens ook het beroemde Underground River bezoeken, een indrukwekkende grot en een van de weinige echte toeristische stops in het zuiden van Palawan.

 

Op dit eiland kom je niet perse om van highlight naar highlight te rennen, maar om echt het relaxte eilandleven te ervaren. Kijk er dan ook niet gek vanop als je langer blijft dan gepland.

 

 

Cebu

Cebu is een van de eerste plekken waar je echt merkt dat de Filipijnen meer te bieden hebben dan alleen stranden en eilanden. Cebu City zelf is verrassend leuk om even rond te lopen, veel fijner en overzichtelijker dan Manila. Het is geen paradijs, maar het heeft genoeg geschiedenis, straatleven en cafés om een dag of twee door te brengen. Een lekkere onderbreking van alle mooie stranden, hoe gek dat ook klinkt.

 

Vanuit Cebu kun je het eiland verkennen en er zitten een paar plekken die je echt niet mag missen. Moalboal bijvoorbeeld, dat bekendstaat om het fantastische snorkelen bij Pescador Island en de sardine run, waarbij miljoenen visjes om je heen zwemmen.

 

 

Verder naar het zuiden ligt Oslob, waar je vrijwel zekerheid hebt om walvishaaien te spotten. Het is toeristisch, maar voor veel backpackers een bucketlist-ervaring. En niet ver van daar vind je de Kawasan Falls, een serie watervallen met helderblauw water waar je heerlijk kunt zwemmen en cliff jumpen. 

 

Voor een compleet overzicht van Cebu, inclusief praktische tips, accommodaties en mijn persoonlijke route, heb ik een apart artikel geschreven in de vorm van een mini reisgids. Daar vind je alles wat je nodig hebt om je trip hier goed te plannen.

 

Bohol

Bohol is populair onder backpackers, dus het is leuk om hier even mee te pikken tijdens je Filipijnenreis. Vanuit Cebu en Siquijor gaan er meerdere boten per dag. De Chocolate Hills zijn het bekendste hoogtepunt, vooral bij zonsopkomst of zonsondergang is het uitzicht echt gaaf. Daarnaast zijn de tarsiers een must-see, de kleine aapjes zie je alleen hier. Het makkelijkste zie je die bij de Tarsier Sanctuary. Voor water en natuur kun je naar de Loboc-rivier voor een korte boottocht of naar Anda Beach om even te zwemmen en te relaxen. Zelf vond ik het vooral heerlijk om met mijn scooter het eiland rond te rijden. Zo kom je langs kleine dorpjes, verlaten strandjes en groene heuvels en voel je het relaxte tempo van Bohol op zijn beste.

 

Je kunt Bohol prima in een paar dagen doen, maar wie rustig reist en alles wil zien blijft makkelijk een week hangen. Voor een compleet overzicht van activiteiten, accommodaties en praktische tips heb ik een apart artikel geschreven over Bohol als mini reisgids, daar vind je alles wat je nodig hebt om je trip goed te plannen.

 

Siquijor

Siquijor is echt klein, maar voor veel reizigers,  mijzelf inbegrepen, een van de fijnste plekken van de Filipijnen. Het eiland staat onder locals bekend als het hekseneiland, vanwege oude verhalen over genezers en zwarte magie. Daar merk je als reiziger weinig van, behalve dat het eiland een beetje mysterieus aanvoelt en vooral extreem chill is.

 

Je rijdt Siquijor in een paar uur helemaal rond met de scooter, en juist dat maakt het zo relaxed. Onderweg stop je bij Cambugahay Falls om met een touw in het blauwe water te springen, kleine strandjes en uitzichtpunten waar vaak niemand anders is. Verwacht hier geen groot nachtleven of drukke hotspots, maar rustige dagen, simpele strandbars en fijne guesthouses.

 

 

Siquijor is perfect om even gas terug te nemen na drukkere plekken als Cebu of Bohol. Een paar dagen is eigenlijk al genoeg om alles te zien, maar de kans is groot dat je langer blijft hangen dan gepland. In mijn aparte artikel over Siquijor ga ik dieper in op wat je hier kunt doen, waar je het beste verblijft en hoe je het eiland het fijnst verkent.

 

Siargao

Siargao is de laatste jaren compleet booming en inmiddels dé place to be van de Filipijnen. Waar het vroeger vooral een surfspot was voor een kleine groep reizigers, is het nu uitgegroeid tot een plek waar backpackers, surfers en digital nomads massaal blijven hangen. Het eiland staat vooral bekend om het surfen met Cloud 9 als bekendste spot, maar ook als je niet surft is er genoeg te doen. Denk aan rondrijden op de scooter, zwemmen in natuurlijke pools, eilandhoppen of gewoon niks doen in een strandbar. De sfeer is relaxed, sociaal en een stuk internationaler dan op veel andere plekken in het land.

 

Veel reizigers komen voor een paar dagen en blijven uiteindelijk weken. Zeker als je wilt leren surfen of al wat ervaring hebt, is dit de plek om langer te blijven hangen. In mijn aparte artikel over Siargao deel ik mijn favoriete spots, surfplekken, accommodaties en praktische tips in een uitgebreide mini reisgids.

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *